Onze leeskring besluit iedere 2-3 maanden democratisch welk boek we gaan lezen voor onze boekenavond. De zgn. toptitels hebben een lichte voorkeur. Zo ook "Een soort familie" van Kees van Beijnum. Ik heb het 437 pagina's tellende boek, vlot uitgelezen. Het is heel prettig geschreven, soms wat lange zinnen.
Het verhaal speelt zich gedeeltelijk af in Amsterdam, waar de inmiddels volwassen, gescheiden Teun als verkoper van kopieermachines woont, en merendeels in Wieringen waar Teun als kind met zijn ouders en oudere broer Hans heeft gewoond. Teun groeit op in Wieringen en is de jongste van 2 zonen. Hij kijkt enorm op tegen zijn grote broer.
Het gezin brengt bijna alle vrije tijd door met "de vereniging". Dit is een groep mensen met als grootste ideaal het stoppen van de kernbom. Elke zaterdag gaan zij langs de deur om de mensen hun ideaal te vertellen en zij hebben dan ook altijd een bijeenkomst met de club. Met de familie Bruul , die ook bij de vereniging aangesloten is, worden ze vrienden, een soort familie zoals Teun zegt.
Dan komt er een breuk in hun gezamelijke passie; Hans zet zich steeds meer af tegen de sobere manier van leven en wordt verliefd op een meisje uit de stad, die haar vakantie in Wieringen viert. Dit brengt een enorme spanning binnen het gezin en specifiek binnen de band die de beide broers hebben. Uiteindelijk vind Hans, tragisch (als gevolg van een pyromaan), de dood, juist op het moment dat de spanning binnen het gezin ondragelijk is geworden.
Na de dood van Hans vinden de overige 3 gezinsleden elkaar weinig om het verdriet te delen. Na verloop van tijd lijkt het contact tussen Teun en zijn vader iets sterker te worden, en komt de dominante rol van zijn moeder wat meer op de achtergrond. Aan het einde lijkt de cirkel rond en sluit Teun zijn verleden met Wieringen af en kijkt hij de toekomst positief tegemoet. Een mooi reëel, boek!